Integrale huisvestingsplanning van maatschappelijk vastgoed
Het ontwikkelen van een toekomstbestendige voorzieningenstructuur
Demografische krimp staat flink in de publieke belangstelling. In het journaal en in de krant kunnen we geregeld horen en lezen over het krimpende platteland, wegtrekkende bevolking, verloedering en leegloop. Kortom demografische krimp is een “hot item” .
Demografische krimp doet zich nu nog niet in elke regio van Nederland voor, maar door een vergrijzende bevolking en een daling van het aantal kinderen zal de bevolking geleidelijk aan overal krimpen, zelfs in de stedelijke gebieden. Deze veranderingen hebben gevolgen voor gemeentelijke en regionale voorzieningen. De vraag naar voorzieningen verandert, waardoor de huidige accommodaties niet meer voldoen. Belangrijke opgave voor gemeenten en maatschappelijke organisaties is dan ook om een toekomstige voorzieningenstructuur te creëren die past bij de maatschappelijke vragen en ambities.
Met name het onderwijs merkt veel van de veranderende bevolkingssamenstelling. Als gevolg van ontgroening en krimp daalt het aantal leerlingen waardoor leegstand ontstaat. Dit betekent hoge kosten voor het schoolbestuur omdat de inkomsten sneller dalen dan de kosten van het personeel, de exploitatie en de huisvesting. In sommige regio’s van Nederland, de zogenaamde krimpregio's, is sprake van een zeer forse daling van het aantal leerlingen van soms wel 50 procent in de komende 10 à 15 jaar. Deze daling vormt een risico voor de kwaliteit, de diversiteit en de spreiding en bereikbaarheid van het onderwijs. Bij ongewijzigd beleid is sluiting van scholen op diverse plekken op termijn aan de orde.
Het gevecht om de leerling
Om ontgroening, vergrijzing en krimp te overleven, lijkt er een toenemende concurrentiestrijd te zijn tussen scholen, schoolbesturen en andere maatschappelijke organisaties die uit dezelfde vijver kinderen vissen. Helaas wordt die vijver steeds leger. Een toekomstige voorzieningenstructuur die het resultaat is van “het gevecht om de leerling” is het gevolg. Een evenwichtige spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen, een integrale visie op de omvang van voorzieningen, onderlinge afstemming tussen de schoolbesturen daar waar het gaat om de "kleur" (denominatie) van de voorzieningen, lijken een mindere rol van betekenis te spelen.
Kaalslag in voorzieningen
Het gevaar van een voorzieningenstructuur die het resultaat is van een concurrentiestrijd, is een versnippering en verbrokkeling van de huidige voorzieningen en in bepaalde gebieden wellicht kaalslag of wildgroei. Dit moet worden voorkomen! Het afbreken van voorzieningen gaat immers sneller dan het opbouwen. Juist in de situatie van vergrijzing en ontgroening is het van groot belang dat er een toekomstbestendige voorzieningenstructuur wordt gerealiseerd. Vanuit een visie op de toekomst moet worden nagedacht over de stappen van morgen.
De vrijblijvendheid voorbij; de noodzaak van integrale planontwikkeling
Het ontwikkelen van een visie op de toekomstige voorzieningenstructuur voor onderwijs en aanvullende functies krijgt nu nog veelal vorm door de opstelling van zogenaamde integrale huisvestingsplannen (IHP's) en/of het jaarlijkse onderwijshuisvestingsprogramma. In deze plannen wordt op basis van toekomstige leerlingenaantallen en de diverse maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen de toekomstige voorzieningenstructuur vorm gegeven.
In situaties van vergrijzing, ontgroening en krimp (en ook bezuinigingen voor gemeenten en schoolbesturen) kan niet meer met het opstellen van een jaarlijks onderwijshuisvestingsprogramma en een IHP worden volstaan. Een toekomstbestendige voorzieningenstructuur vraagt een integraal- in de betekenis van samenhangend en op elkaar afgestemd - meerjarenbeleid voor niet alleen scholen, maar voor alle gemeentelijke accommodaties. Integrale accommodatieplannen zijn noodzakelijk in plaats van IHP's. Dat het hierbij niet moet gaan om sec een capaciteitsplanning spreekt voor zich. Het zal in deze plannen vooral moeten gaan om een schets van de toekomstige voorzieningenstructuur met aandacht voor omvang, multifunctionaliteit en spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen.
Bestuurlijke en visionaire regie én samenwerking
Het ontwikkelen van zo’n integrale en toekomstige voorzieningenstructuur voor onderwijs, kindcentra of brede maatschappelijke voorzieningen is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bestuurlijke en visionaire regie en een vooruitziende blik zijn gevraagd. Niet alleen van gemeenten, maar ook van schoolbesturen en andere maatschappelijke organisaties. Samen moet nagedacht worden over de gewenste spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen, de omvang van de voorzieningen in relatie tot het aantal leerlingen en wellicht het "uitruilen" van voorzieningen ten behoeve van het behoud van voorzieningen. Hierbij is het in sommige gebieden van Nederland ook noodzakelijk op bovengemeentelijk niveau te kijken naar voorzieningen. Zo zijn veel schoolbesturen regionaal aanwezig. Keuzes in de ene gemeente voor het wel of niet handhaven van scholen of investeren in huisvesting hebben gevolgen voor de voorzieningen in de andere gemeenten en vice versa. Het is van belang in die situaties te komen tot een regionale afstemming en samenhang in de voorzieningen voor onderwijs, welzijn, cultuur, sport, zorg. Opschaling van bepaalde voorzieningen lijkt daarin onontkoombaar voor een verantwoorde toekomstige exploitatie. Soms zijn dan ook impopulaire keuzes noodzakelijk om op de lange termijn “toekomstproof” te zijn. Het belang van kwalitatief goede (brede) scholen met een goede spreiding en bereikbaarheid moet prevaleren boven institutionele belangen. Leiderschap is gevraagd om over de belangen van individuele gemeenten, schoolbesturen en andere maatschappelijke instellingen heen te kijken. Samenwerken in plaats van concurreren, geven en nemen van zowel gemeenten en schoolbesturen. Dit biedt de beste kansen om goed in te spelen op ontgroening en krimp. Gemeenten moeten samen met schoolbesturen zorgen voor een goede spreiding en bereikbaarheid van scholen.
Van gelijkheid naar complementariteit
Blauwdrukken zijn niet te geven voor een gemeentelijke of regionale voorzieningenstructuur. De lokale of regionale situatie bepaalt uiteindelijk de soorten voorzieningen, de vorm en mate van clustering. Het streven kan zijn om in iedere kern van een gemeente minimaal één multifunctionele voorziening te hebben, die voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is. In kleine kernen kan dit bijvoorbeeld de basisschool of het gemeenschapshuis zijn. Door kleine huisvestingsaanpassingen kan de multifunctionaliteit van deze voorzieningen worden bevorderd, waardoor functies kunnen worden toegevoegd. Ook hier is een integrale aanpak belangrijk, die niet meer gedomineerd moet worden door een soort gelijkheidsbeginsel (“iedere kern dezelfde voorzieningen”), maar zou moeten worden ontwikkeld vanuit een visie gebaseerd op complementariteit. Te denken is aan een profilering van kernen op bepaalde thema’s of beleidsvelden of concentratie van bepaalde type voorzieningen in een kern. Bijvoorbeeld de sportvoorzieningen in kern A en de onderwijsvoorzieningen in kern B. Dit betekent dat er ook een mentale verandering nodig is bij burgers; voor sommige voorzieningen moet in de toekomst gereisd worden omdat de voorziening niet meer om de hoek is.
Accommodatiedevies
Van vrijblijvende naar verplichtende planvorming, van sectorale naar intersectorale planvorming en van lokale naar regionale planvorming, is het devies voor de komende jaren. Dit kan alleen met bestuurlijke en visionaire regie, durf en een vooruitziende blik van gemeenten, schoolbesturen en andere maatschappelijke instellingen. Samenwerking en de bereidheid de institutionele belangen terzijde te willen schuiven zijn daarbij noodzakelijk.











